Veel mensen zoeken naar de waarheid over God en vragen zich af of alleen de bijbel door God is geïnspireerd, of dat er ook andere door God geïnspireerde geschriften zijn. Anderen vragen zich af of de bijbel de oorspronkelijke teksten nog wel betrouwbaar weergeeft. Hoe is men trouwens tot de samenstelling van de boeken van de bijbel gekomen? Is dat wel een betrouwbaar proces geweest?

Selectiecriteria. De brieven, boeken en psalmen, die nu bekend staan als de bijbel zijn verzameld en ingedeeld in 39 boeken die in het Hebreeuws zijn geschreven en 28 boeken die in het Grieks zijn geschreven. Dat is gedaan door zo’n 40 verschillende mannen gedurende ongeveer 1600 jaar, te beginnen met Mozes tot en met de apostel Johannes, die het laatste bijbelboek heeft geschreven. Op basis waarvan zijn deze teksten geselecteerd als door God geïnspireerd?

In de bijbel zelf staan belangrijke criteria waaraan door God geïnspireerde geschriften moeten voldoen. Zo dient een door God geïnspireerd geschrift tot aanbidding van Jehovah aan te zetten, niet aan te zetten tot bijgeloof, een diep respect voor Gods naam te tonen, en aan te moedigen een levenswijze te volgen die overeenkomstig Gods beginselen is.

Deuteronomium 13:1  Ingeval er in uw midden een profeet of een dromer van een droom opstaat en hij u werkelijk een teken of een wonder aankondigt, 2 en het teken of het wonder komt ook uit waarover hij tot u gesproken heeft, door te zeggen: ’Laten wij andere goden achternalopen, die gij niet hebt gekend, en laten wij die dienen’, 3 moogt gij niet luisteren naar de woorden van die profeet of naar de dromer van die droom, want Jehovah, UW God, stelt U op de proef om te weten of GIJ Jehovah, UW God, met geheel UW hart en geheel UW ziel liefhebt.

 Ook dient een door God geïnspireerde tekst in de kern/beginsel overeen te komen met andere door God geïnspireerde geschriften.

Deuteronomium 18:20 Maar de profeet die zich aanmatigt in mijn naam een woord te spreken dat ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet moet sterven. 21 En ingeval gij in uw hart zegt: „Hoe zullen wij weten welk woord Jehovah niet heeft gesproken?” — 22 wanneer de profeet in de naam van Jehovah spreekt en het woord geschiedt niet of komt niet uit, dan is dat het woord dat Jehovah niet gesproken heeft. In overmoed heeft de profeet het gesproken. Gij moogt niet verschrikt voor hem worden.’

Tevens zal God ons door zijn boodschappen zijn voornemen, en beginselen onthullen, en als het gaat over feiten nauwkeurig en betrouwbaar zijn. Schrijvers die als secretarissen van God optreden zullen zichzelf niet op de voorgrond stellen, of doen alsof het hun eigen ideeën zijn, maar God eren.

De Hebreeuwse geschriften. De betrouwbaarheid van de Hebreeuwse geschriften blijkt o.a. uit het feit dat de overige bijbelschrijvers en Jezus naar bijna alle boeken van de Hebreeuwse geschriften verwezen (zie bijvoorbeeld Lukas 24:44). Zij zouden dat niet gedaan hebben als die boeken onwaarheden bevatten. Zij verwijzen niet naar boeken en profeten die niet in de bijbel voorkomen.

Daarnaast waren de bijbelschrijvers allen personen die als profeet, priester, afschrijver etc. bekend stonden. Neem bijvoorbeeld Mozes, Jesaja of David, Salomon en Ezra, die allen de leiding hadden in de aanbidding van Jehovah, als middelaar tussen God en mensen, profeet, koning, en secretaris. Zij brachten Gods woorden in de praktijk brachten, en staan bekend als getrouwe dienstknechten van God, die Gods zegen hadden. Daarom begrepen zij goed wie God is, wat zijn woorden betekenen, en schreven ze die ook betrouwbaar op. Dat kan niet gezegd worden van mensen die God niet trouw dienen.

De koningen hadden als opdracht om afschriften te maken van Gods woorden. Ook werden er bekwame en getrouwe mannen als afschrijver/overschrijvers aangesteld toen er afschriften in synagogen werden bewaard. Er werden verschillende methoden ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de afschriften juist waren. Daardoor werden onnauwkeurigheden voorkomen, en konden ze opgespoord worden, als ze toch werden gemaakt.

De eerdergenoemde Ezra begon ermee om een lijst samen te stellen van de geschriften die door God waren geïnspireerd. Dat was ongeveer in de 5e eeuw voor Christus. Uit geschriften van de 1e-eeuwse Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die zelf geen bijbelschrijver was, blijkt dat lang voor de eerste eeuw de Hebreeuwse geïnspireerde geschriften al samengesteld en algemeen aanvaard waren. Er was geen twijfel over welke personen, en welke geschriften van die personen, God had geïnspireerd om Zijn visioenen, dromen, voorspellingen, handelingen, raad, wetten en oordelen nauwkeurig op te schrijven.

Helaas is er van de originele geschriften, bijvoorbeeld van de door Mozes’ eigen hand geschreven boekrollen, geen eerste exemplaar meer overgebleven. Maar er zijn van delen van de Hebreeuwse geschriften wel zo’n 6000 handschriften, handgeschreven kopieën, bewaard gebleven. Als je die met elkaar vergelijkt, en met de hedendaagse vertalingen, blijkt dat de huidige vertalingen nog steeds betrouwbaar zijn.

tekst qumran
Fragment van de Dode Zee-rollen

Dat blijkt bijvoorbeeld uit een vergelijking van de teksten van de Dode Zee-rollen -die gedateerd zijn vanaf de 3e eeuw voor Christus tot de 1e eeuw na Christus- met de huidige vertalingen. Op basis van vergelijkingen tussen de handschriften uit verschillende tijden en plaatsen is het zelfs te achterhalen wanneer en waar er een verandering in de tekst is opgetreden. Daardoor kan nauwkeurig vastgesteld worden wat hoogstwaarschijnlijk de originele tekst is geweest.

De Griekse geschriften. Wat voor de schrijvers van de Hebreeuwse geschriften geldt, is ook van toepassing op de bijbelschrijvers van de Christelijke Griekse geschriften. Alle schrijvers stonden bekend om hun getrouwe geloof. De meeste waren apostelen van Jezus, die veel uit eerste hand konden opschrijven. Lukas was een discipel van Jezus, die ook veel met de apostelen optrok, en met heilige geest gezalfd was. Allen waren verbonden met het besturende lichaam van de eerste eeuwse Christelijke gemeente in Jeruzalem.

Van de Griekse geschriften zijn er nu nog ongeveer 13.000 handschriften, die gedateerd zijn van de 2e tot de 16e eeuw. Zo’n 5000 daarvan zijn in het oorspronkelijke Grieks geschreven! Ook uit een studie naar deze afschriften kan geconcludeerd worden dat de huidige vertalingen betrouwbaar zijn, en kunnen afwijkingen geduid worden.

Hoewel er aan het eind van de 4e eeuw tijdens het Roomse concilie van Carthago een lijst van Griekse geïnspireerde geschriften is opgesteld, zijn er al lijsten bekend uit de 2e en 3e eeuw van o.a. Muratori, Iraeneus, Clemens en Origines. Dat bleek nodig te zijn omdat er, in overeenstemming met Jezus profetie, geschilpunten over enkele bijbelboeken gingen ontstaan. Ook waren er enkele boeken, die ook in het Hebreeuws waren geschreven, die door sommigen als belangrijk werden geacht, maar duidelijk niet door God waren geïnspireerd, en o.a. ook mythen bevatten en bijgeloof stimuleerden: de zogenaamde apocriefe en enkele andere boeken.

De apostel Johannes schreef in zijn eerste brief hierover:

 Geliefden, gelooft niet elke geïnspireerde uiting, maar beproeft de geïnspireerde uitingen om te zien of ze uit God voortspruiten, want er zijn vele valse profeten tot de wereld uitgegaan. 2 Hieraan onderkent GIJ de geïnspireerde uiting die van God afkomstig is: Elke geïnspireerde uiting die Jezus Christus als in het vlees gekomen belijdt, spruit uit God voort, 3 maar elke geïnspireerde uiting die Jezus niet belijdt, spruit niet uit God voort. Wat meer is, dit is de [geïnspireerde uiting] van de antichrist, waarvan GIJ gehoord hebt dat hij zou komen, en nu is hij reeds in de wereld. (1 Johannes 4:1-3).

 Er zouden dus mensen zijn die een bepaald geloof zouden hebben, maar die, om verschillende redenen, niet geïnspireerd zouden zijn door God, hoewel ze dat wel zouden beweren. Het was, en is nog steeds, van levensbelang om de waarheid te kunnen onderscheiden, en ons geloof niet te laten beïnvloeden door onware geïnspireerde uitingen.

Andere Geschriften. Naast door God geïnspireerde geschriften, en onware geïnspireerde uitingen, zijn er natuurlijk ook andere geschriften die gelovigen in de loop der tijd tot op de dag van vandaag hebben opgeschreven. Dat kunnen eigen gedachten en ervaringen zijn, brieven, boeken, gedichten etcetera. Dit zijn geen geschriften die door God zijn geïnspireerd zijn, hoewel die voor lezers wel interessant kunnen zijn. Maar omdat we vaak niet weten of de schrijvers werkelijk (willen) leven zoals God heeft bedoeld, en een goed begrip van de bijbel hebben, is het belangrijk om ons geloof niet van dergelijke geschriften af te laten hangen. Alleen de bijbel is daarvoor een betrouwbare gids.

 Slot. Op grond van de ontstaansgeschiedenis van de bijbel kan je de conclusie trekken dat Jehovah de eigenlijke schrijver en samensteller van de bijbel is. Hij heeft er voor gezorgd dat vanaf de eerste geschriften van Mozes tot en met nu er betrouwbare afschriften, of kopieën, zijn blijven bestaan, ondanks heftige tegenstand. Hierdoor kunnen we ook nu nog, ruim 3500 jaar na de eerste bijbelboeken, begrijpen wie God is, en hoe Zijn voornemen zich in de loop van de tijd zich heeft ontwikkeld, en hoe binnenkort Gods koninkrijk vanuit de hemel over de aarde zal gaan regeren. Het is daarom van groot belang dat we ons geloof alleen baseren op de boeken die door God zijn geïnspireerd, zodat we God “met geest en waarheid” (Johannes 4:23, 24) kunnen aanbidden.

Bron: De gehele schrift is door God geïnspireerd, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen

* Zie als voorbeeld hiervan het artikel Deconstructie van een dogma – de geschiedenis van 1 Johannes 5:7, 8. Daarin staat beschreven hoe 1 Johannes 5:7,8 zijn aangepast aan de drie-eenheidsleer, en waarom nu in bijna alle bijbelvertalingen die verandering ongedaan is gemaakt.