In het interview van 28 juni dat Trouw had met Gijsbert van den Brink over het bijbelverslag over de schepping en de evolutietheorie (zie deze link) doet de heer Van den Brink een poging om de bijbel zo te lezen, en de evolutietheorie zo uit te leggen, dat deze beter op elkaar aansluiten. Het is een sympathiek, doch gewaagd, gedachtenexperiment, om 2 verschillende werelden met elkaar te verenigen. Dit experiment is echter niet gelukt. Want door schepping en bijbelse thema’s binnen het frame van de evolutietheorie te brengen, behoudt hij weliswaar een Schepper die richting geeft aan de evolutie, maar plaats hij tevens, zonder het zelf te beseffen, belangrijke passages van de bijbel buitenspel. En dat was niet zijn bedoeling, lijkt het. Laten we eerst kijken hoe hij probeert schepping en evolutie op 1 lijn te brengen, en na te gaan waar het hem niet lukt om de bijbelse waarheid te behouden.

Van den Brink behoudt weliswaar een Schepper die richting geeft aan de evolutie, maar plaats belangrijke passages van de bijbel buitenspel, en draait oorzaak en gevolg van de dood om.

De heer Van den Brink beweert in het interview dat “Evolutie … als zodanig door God gewild [kan] zijn. Het toevalskarakter van natuurlijke selectie sluit niet uit dat op een hoger plan wel degelijk zoiets als goddelijke sturing, voorzienigheid of leiding een rol kan spelen.”. Ik begrijp die stelling, en hoor dat regelmatig mensen zeggen die schepping en de evolutietheorie met elkaar willen verzoenen. Maar deze stelling komt niet overeen met het bijbelse soortbegrip. Om dit te verduidelijken zal ik hieronder gebruik maken van de engelse begrippen species en kind.

Onoverbrugbare grenzen van het bijbelse soortbegrip, en de wetenschappelijke ondersteuning – In het Nederlands worden de begrippen ‘species’ –zoals in de titel van Darwins’ boek The origin of species voorkomt- en ‘kind’, allebei vertaald door ‘soort’. Maar terwijl met ‘species’ verschillende soorten bedoeld wordt, zoals bijvoorbeeld een paard en een muis, heeft ‘kind’ betrekking op variaties binnen een soort, zoals de spitsmuis, de veldmuis etc. En hoewel Darwin variaties binnen een soort (kinds) had geobserveerd, breidde hij zijn theorie uit naar evolutie van de ene soort naar de andere soort (species). Daarvoor had hij echter geen  observaties, en noemde het daarom een “speculatief idee”.

Variaties binnen de soort (species) vinken
Verschillende variaties (kinds) binnen de soort (species) ‘vink’.

In de bijbel wordt ook gesproken over soorten (species), zoals bijvoorbeeld paarden, vinken en muizen. God maakt door middel van zijn woord aan ons duidelijk dat hij de planten, dieren en de mens naar zijn soort heeft gemaakt (Genesis 1:11-28). Ook de wetenschappelijke feiten tonen aan dat er tussen soorten onoverbrugbare grenzen zijn. Het is niet mogelijk om van de ene soort in een andere soort te veranderen, ondanks gerichte experimenten met mutaties (fruitvliegjes bijv.) etc. Ook worden er geen echte, nog niet volledig ontwikkelde,  overgangsvormen tussen soorten gevonden, maar steeds soorten die in zijn geheel goed functioneren en blijven voortbestaan als soort. Bovendien hebben paleontologen in het Cambrium 1000-en basisvormen van dieren gevonden, waarbij de ene basisvorm niet uit de ander is ontstaan. Al deze wetenschappelijke feiten komen beter overeen met de beschrijving van het bijbelse scheppingsverslag, dan met de verklaring van de evolutietheorie.

In de natuur worden de grenzen van het bijbelse soortbegrip geïllustreerd door onder andere het klassieke voorbeeld van de kruising tussen een ezel en een paard, de muilezel. De muilezel kan zich niet voortplanten, wat voor natuurlijke soorten wel het geval is, en moet kunstmatig in stand worden gehouden. De grens van de soort is hier bereikt.

De bijbel laat de uitleg toe dat de aarde al miljoenen jaren bestaat, en ondersteunt daarmee de wetenschappelijke feiten omtrent de leeftijd van de aarde, planten en dieren.

Ook met betrekking tot de bestaansduur van de aarde, planten en dieren is er geen tegenspraak met de bijbel. Men moet daarvoor het Genesis-verslag wel nauwkeurig lezen te lezen. Neem bijvoorbeeld het begrip ‘dag’. Een letterlijke uitleg de duur van een scheppingsdag volgens de meest gebruikte betekenis, begrijpt ‘dag’ als een periode van 24 uur. Een uitleg die recht doet aan de verschillende wijzen waarop het begrip ‘dag’ in de bijbel wordt gebruikt, geeft daaraan echter niet de betekenis van een dag van 24 uur, maar de betekenis van tijdsperiode, zoals we dat ook kennen als we het hebben over de ‘oude dag’. Dat is in de bijbel niet ongebruikelijk[1]. De bijbel laat dus de uitleg toe dat de aarde al miljoenen jaren bestaat, en ondersteunt daarmee de wetenschappelijke feiten omtrent de leeftijd van de aarde, planten en dieren. (Zie voor meer informatie hierover het artikel Hoe lang duurt één scheppingsdag?).

Waarom sterft de mens? – Ook met betrekking tot de zondeval en de dood moeten we de bijbel heel nauwkeurig lezen om de juiste gevolgtrekkingen te maken. Van den Brink doet, vanwege de wens om de evolutietheorie als waar aan te willen nemen, en in overeenstemming te willen brengen met het bijbelverslag, concessies aan de nauwkeurige lezing van de bijbel. Hij beweert eigenlijk dat ze onsterfelijkheid hadden kunnen bereiken, maar dat vanwege de zonde het stervensproces van Adam en Eva niet is stopgezet omdat ze gezondigd hadden. Daarbij draait hij oorzaak en gevolg om, want de bijbel leert duidelijk dat Adam en Eva begonnen te sterven nadat ze gezondigd hadden, en daarvóór sterfelijk, niet onsterfelijk waren, maar tevens dat ze nog niet stervend waren. Laat ik dit verder uitleggen.

De zondeval is inderdaad een opzettelijke daad van ongehoorzaamheid jegens God. De bijbel stelt dat de dood daarmee zijn intrede heeft gedaan (o.a. Romeinen 5:12). De suggestie van Van den Brink dat de mens iets moest doen om voor altijd te mogen leven, en dat de mens vanaf zijn bestaan sterfelijk was, is echter niet overtuigend, en draait oorzaak en gevolg om. Want hij impliceert dat als de eerste mensen niet het juiste zouden doen om onsterfelijkheid te verkrijgen, zij zouden sterven, terwijl de bijbel leert dat het loon van de zonde de dood is.

De dood zou dus volgens Van den Brink vanaf het begin van de mensheid al deel hebben uitgemaakt van hun bestaan. Hij verwart de actuele toestand van de mens bij zijn schepping, met een mogelijke toestand. Want de mens was in het begin wel sterfelijk, maar niet stervende. Hetzelfde geldt voor engelen, die kunnen sterven, en voor Jezus. Hij kreeg pas na zijn hemelvaart onsterfelijkheid (Romeinen 6:9); toen hij op aarde leefde kon hij sterven, zelfs zonder zonde, net zoals Adam en Eva voordat ze zondigden. Hij werd vermoord, en bleef dood tot de opstanding op de derde dag.

hoewel de eerste mensen niet onsterfelijk waren hadden ze het vooruitzicht om niet te sterven, want “De angel die de dood veroorzaakt, is de zonde” (1 Korinthiers 15:56)

De bijbel leert dat als Adam en Eva gehoorzaam zouden blijven zij niet zouden sterven! Eva antwoordde namelijk: “God heeft gezegd: ‘Gij moogt daarvan niet eten, neen, gij moogt ze niet aanraken, opdat gij niet sterft.” (Genesis 3:3; zie ook 2:17). Dus zelfs als Adam en Eva honderden jaren geleefd zouden hebben, en al die tijd gehoorzaam aan God zouden zijn gebleven leven, en er dan voor gekozen zouden hebben om God niet te gehoorzamen zouden ze alsnog gaan sterven. Dus hoewel de eerste mensen niet onsterfelijk waren, want zij konden sterven, had de dood zijn intrede nog niet gedaan, en hadden ze het vooruitzicht om niet te sterven. “De angel die de dood veroorzaakt, is de zonde” (1 Korinthiers 15:56), dus zonder zonde, geen dood. Deze oorspronkelijke uitleg komt, in tegenstelling tot wat Van den Brink in het interview suggereert overeen met wetenschappelijke feiten.

Aanwijzingen voor het oorspronkelijke vooruitzicht voor altijd te kunnen leven – De geestelijke en fysieke staat van de eerste mensen waren vanaf het begin van de schepping ver boven ons huidige niveau. Bovendien waren voor de eerste mensen de genetische staat tot de zonde volmaakt, de milieuomstandigheden perfect, er was geen milieuverontreiniging, geen overvloedige blootstelling aan elektromagnetische straling, gifstoffen in het eten etc. etc.  Dat komt overeen met de beschrijving in Genesis van de leeftijd van mensen.

Adam werd bijvoorbeeld 930 jaar oud, en Methusalah 969 jaar. In hetzelfde boek lezen we dat de leeftijd van de opeenvolgende geslachten korter werd.  Abraham werd 175 jaar, Jozef 110 jaar, en Mozes 80. Deze aflopende leeftijdsduur vanaf de zondeval laat zien dat er na de zondeval iets wezenlijks was veranderd. Niet alleen de dood had zijn intrede gedaan, maar ook de levensduur van de mensen in het algemeen werd veel korter. Het is te vergelijken met een roterende ventilator die uit wordt gezet; hij gaat steeds langzamer draaien totdat hij stilvalt. Maar zou dat ook gebeurd zijn als de eerste mensen gehoorzaam zouden zijn gebleven? Neen.

Dat de natuur leert dat alles wat leeft sterfelijk is, en dat mensen daarom ook vanaf het begin van de schepping een beperkte levensduur zouden hebben, zoals Van den Brink stelt, is te betwisten. Er zijn bomen van 1000-en jaren oud, mosselen van ruim 400 jaar oud, en kwallen die volgens sommigen niet sterven! Zou God, het meest kostbare van de schepping, de mens die Hij naar zijn beeld heeft gemaakt, dan gemaakt hebben met een kortere levensverwachting dan verschillende diersoorten? Ik begrijp dat dit geen doorslaggevend argument is, maar wel een tot nadenken stemmende vraag voor iemand die denkt dat de mens van oorsprong gemaakt is om een beperkt aantal jaar te leven.

Veel aanwijzingen duiden erop dat de mens gemaakt is om eeuwig te leven.

Bovendien zijn er nog veel meer aanwijzingen dat de mens gemaakt is met de bedoeling om veel langer te leven dan de huidige gemiddelde natuurlijke leeftijd van zo’n 80 jaar. De hersencapaciteit wordt tijdens ons leven maar voor een klein deel gebruikt, organen hebben een veel langere levensduur dan de huidige leeftijd, en cellen blijven zich zelfs op oude leeftijd vernieuwen. Al deze aanwijzingen komen veel beter overeen met de stelling dat de mens gemaakt was om voor altijd te leven, dan met de stelling dat de mensen vanaf het begin gemaakt zou zijn om te sterven, behalve als hij het zou verdienen om voor altijd te mogen leven.

Geestelijk gezien waren de eerste mensen ook veel verder ontwikkeld dan de mensen nu. Adam kon rechtstreeks met Jehovah communiceren, wat hem zeker veel inspiratie gegeven moet hebben. Zijn geestelijke vermogens werkten optimaal, en zijn geweten was vanaf het begin voortreffelijk afgesteld, totdat hij afweek van de volmaakte weg. Methusalah heeft zijn hele leven van 969 jaar met God gewandeld. Wat voor een geestelijke ontwikkeling moet hij hebben doorgemaakt! Dat is zeker niet te vergelijken met de geestelijke ontwikkeling van  iemand in deze tijd.

Zowel het scheppingsverslag, als de natuur geven het beeld dat de schepping, inclusief de mens, vanaf het begin “heel goed”  was (Genesis 1:31). Als de mens God zou erkennen als zijn liefdevolle Schepper en enige Soeverein, en gehoorzaam zou blijven aan Gods wetten, dan zou hij voor altijd zijn blijven leven. Van den Brink’s spiegelbeeld van het bijbelverslag is een stoutmoedige en mislukte poging om de evolutietheorie en het scheppingsverslag met elkaar te willen verzoenen.

Evolutie als theorie, niet als feit – Een theorie is geen feit, maar geeft de werkelijkheid in meer of mindere mate waarheidsgetrouw weer. Bovendien moet een theorie falsifieerbaar zijn. Dat geldt ook voor de evolutietheorie, en ook voor het scheppingsverslag. In hoeverre zijn deze 2 verklaringen van het leven waarheidsgetrouw? Komen ze overeen met feiten? En komen de voorspellingen uit? De conclusie zal misschien verbazen.

Schepping door God, en de evolutietheorie laten verschillende feiten toe, en ordenen deze op een verschillende manier. Zo laat de schepping het bijbelverslag toe als betrouwbare bron, terwijl de evolutietheorie dat in zijn algemeen niet doet. En op basis van de inhoud van Gods woord wordt de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid anders geordend, dan op basis van orde-uit-chaostheorieën, natuurlijke selectie, en de overleving van de best aangepaste soort. De evolutietheorie is niet gebaseerd op empirisch bewijs, maar ordent deze juist, net zoals het scheppingsverslag in de bijbel.

Van een wetenschappelijke theorie mag je verwachten dat je op basis daarvan voorspellingen kan doen die meetbaar zijn. Op basis van de uitkomsten kan de theorie dan bevestigd of ontkend worden. Als een theorie geconfronteerd met resultaten die niet overeenkomen met de voorspelling, dan kan is er een probleem. In eerste instantie kan geprobeerd worden om de afwijkende data passend te maken door geringe aanpassingen aan te brengen, dus de theorie te proberen te verbeteren. Naarmate dat moeilijker te doen valt, en de data hardnekkig blijven afwijken van de voorspellingen dan moet men enig moment concluderen dat de theorie onjuist is. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met de theorie dat de aarde het centrum van het zonnestelsel was.[2]

Zo zou je op basis van de evolutietheorie voorspellen dat je overgangsvormen ziet van 1 of enkele basissoorten (species), van waaruit alle andere soorten zijn ontstaan. Bovendien zouden er in de verschillende aardlagen, en ook in deze tijd, allerlei tussenvormen te zien moeten zijn van soorten die zich tot naar een andere soort evolueren. Volgens het scheppingsverhaal is er een plotseling verschijnen van de basissoorten, en zijn er geen tussenvormen. Wat leert het fossielenverslag?

Uit het fossielenverslag blijkt dat in het Cambrium vanuit het niets, zonder voorlopers, 1000-en basissoorten verschijnen. Wetenschappers hebben veel gezocht naar de voorlopers, maar uiteindelijk niets gevonden. Echte tussenvormen vindt men ook niet. Alle fossielen die men tot nu toe heeft gevonden zijn volledig aan de omgeving aangepaste en goed functionerende planten en dieren. De wetenschappelijke feiten komen meer overeen met het scheppingsverslag dan met de evolutietheorie.

Een andere voorspelling is dat als men bestaande diersoorten genetisch manipuleert er nieuwe soorten kunnen ontstaan. Er zijn op dit terrein meerdere wetenschappelijke experimenten gedaan, bijvoorbeeld met fruitvliegjes. Het resultaat van al deze doelgerichte experimenten is nihil: er is geen enkele blijvende tussenvorm of nieuwe soort ontstaan. Of de gemuteerde soort herstelt zich weer tot de oorspronkelijke soort, of sterft uit. Ook nu komen de wetenschappelijke feiten beter overeen met het scheppingsverslag dan met de evolutietheorie.

Dit zijn slechts 2 voorbeelden waarbij de wetenschappelijke feiten de evolutietheorie in verlegenheid brengen, maar overeenkomen met het scheppingsverslag. Er zijn er echter meer. Desondanks weigert men om de evolutie te verwerpen. Waarom? Omdat het alternatief, het accepteren van het scheppingsverslag, voor velen geen acceptabele gevolgtrekking is. Daardoor verliest de wetenschap zijn objectiviteit, en wordt de evolutietheorie een onredelijk geloof.

Conclusie – Van den Brinks poging om uit te gaan van de waarheid van de evolutietheorie, en een uitleg van het bijbelverslag, en het intreden van de dood, te vinden die daarmee overeenkomt is een stoutmoedige poging. Het doet me denken aan Descartes’ poging om houvast te vinden in een wereld er vanuit gaande dat de zintuigen ons bedriegen. Maar net zoals onze zintuigen ons in het algemeen niet bedriegen, maar ons op een betrouwbare manier een deel van de werkelijkheid laten zien, zo bedriegt ook de bijbel ons niet. De bijbel laat ons zelfs een deel van de werkelijkheid zien die we niet op eigen kracht en met eigen mogelijkheden kunnen zien.

De omdraaiing van de uitleg dat de dood pas zijn intrede heeft gedaan na de zonde, naar de uitleg dat de mens sowieso zou sterven, maar onsterfelijkheid zou kunnen verkrijgen, is in tegenspraak met de bijbel zelf. Want als de mens vanaf het begin al zou sterven, dan zouden ze als zondig, onvolmaakt,  zijn geschapen! De wetenschappelijke feiten komen bovendien veel meer overeen met het scheppingsverslag dan met de evolutietheorie. Een nauwkeurige lezing van het bijbelverslag met betrekking tot de scheppingsdagen staat een scheppingsperiode van miljoenen jaren toe. Het is dus niet aan de gelovige om zijn uitleg aan te passen, maar aan de wetenschap op de problemen met de evolutietheorie onder ogen te zien.

Zie voor meer informatie het artikel:

De brochure: Is het leven geschapen

Het artikel: is evolutie te verenigen met de bijbel

[1] Zo wordt in Genesis 2:2, de rustdag die duizenden jaren duurt een dag genoemd. In Genesis 2:4 worden de scheppingsdagen samen 1 dag genoemd. En in 2 Petrus 3:8 wordt gesteld dat 1 dag bij Jehovah als 1000 jaar kan zijn.

[2] Ten onrechte deed de kerk een beroep op de bijbel op de theorie te verdedigen dat de aarde het centrum van het zonnestelsel was, en werden tegenstanders daarvan enorm geïntimideerd. De bijbel is echter geen wetenschappelijk leerboek, en beschrijft niet de positie van de aarde in het zonnestelsel. Deze discussie ging vooral om de intellectuele macht, niet om de inhoud van de wetenschappelijke en schriftuurlijke bewijzen.