De komende dagen worden er enkele feest- en gedenkdagen gevierd die veel met elkaar te maken hebben. Op 31 oktober valt de viering van Halloween. Op 1 november valt Allerheiligen en op 2 november Allerzielen, welke dagen door verschillende zogenoemde christelijke geloofsrichtingen worden gevierd. Het is interessant dat al deze 3 vieringen te maken hebben met opvattingen over de dood en het leven erna die niet overeenkomen met de bijbel (zie ook het artikel: De oorsprong van Halloween: Wat zegt de Bijbel erover?

Gemeenschappelijke opvattingen over de dood

Bij alle drie de vieringen meent men dat mensen die overleden zijn na hun dood op de een of andere manier nog voortleven. Bij Allerheiligen gaat het over mensen die na hun dood door de Katholieke kerk heilig zijn verklaard. Bij Allerzielen gaat het over overleden katholieken die zich nog in het vagevuur zouden bevinden. Bij Halloween, oorspronkelijk Keltisch oudejaarsviering dacht men oorspronkelijk dat geesten van personen die in het afgelopen jaar overleden waren, die nacht zouden proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar.

Opvattingen over wat er met ons gebeurt als we sterven is, en of er leven is na de dood, is niet eenvoudig vast te stellen. Wetenschap beperkt zich tot de tijd-ruimtelijke werkelijkheid en niet tot de geestelijke. Bovendien zijn er veel geloofsopvattingen over die fundamenteel van elkaar verschillen. De bijbel, een boek dat beweert door God geïnspireerd te zijn (o.a. 2 Timotheüs 3:16), geeft een uniek antwoord op de vraag wat erna de dood gebeurt, en of er leven na de dood is.

Wat leert de bijbel over de toestand van de doden?

In de bijbel staan zowel leerstellingen over de toestand van de doden, als gebeurtenissen die deze leerstellingen verduidelijken. Zo leert de bijbel dat Adam en Eva weer tot stof zouden terugkeren (Genesis 3:19), dat alle levende zielen, zowel mensen als dieren sterfelijk zijn (o.a. Prediker 3:19, 20; Ezechiël 18:4), dat iemand die is overleden zich nergens van bewust is (Prediker 9:5,10), en dat de geest van iemand die overlijdt ook stopt met functioneren, en gedachten ophouden (Psalm 146:4). Ook leert de bijbel dat sommige mensen door God in de hemel worden opgewekt, en dat anderen op de laatste dag –die nog in de toekomst moet plaatsvinden- een opstanding op aarde zullen krijgen (Johannes 5:28,29; Handelingen 24:15; Psalm 37:10,11,29). Daarom vergelijk Jezus de dood met een slaap (Johannes 11:11-13). Zie ook het artikel: Wat gebeurt er na dood?

De dood is volgens de bijbel zowel het einde van de fysieke als van de geestelijke activiteit van de persoon. God belooft dat velen in de toekomst een opstanding zullen krijgen.

Jezus zei dat er tot dan toe niemand een opstanding had gekregen, zelfs mensen zoals Noach of Abraham niet (Johannes 3:13). Hij demonstreerde bij meerdere gelegenheden de aardse opstanding die zij zouden krijgen, zoals bij zijn vriend Lazarus (Johannes 11:43,44). In al die gevallen kwam iemand weer tot leven met hetzelfde fysieke lichaam, als waarmee iemand was gestorven. Niets in de bijbel wijst erop dat iets van deze personen na hun dood voort had geleefd, geen onsterfelijke ziel, noch een voortlevende geest. Ook leerde Jezus dat een klein aantal van zijn getrouwe discipelen, “een kleine kudde” (Lukas 12:32) net zoals hij een hemelse opstanding zouden krijgen (zie ook 1 Petrus 1:3,4). Jezus was de eerste met een hemelse opstanding. Op de derde dag werd hij weer tot leven gewekt (Handelingen 2:24-34). Over de dagen dat Jezus dood was, staat er niets in de bijbel geschreven over een ziel of geest die voortleefde, of iemand die vertelt wat hij heeft meegemaakt toen hij dood was! De reden daarvan is dat de dood, tot de opstanding door God, het einde is van het leven. Zie ook het artikel: Wat is de opstanding? en Wie gaan er naar de hemel?

De slechte invloed van o.a. Griekse filosofie op wat de bijbel leert

Het is waar dat de manier waarop de bijbel het over de dood heeft anders is dan dat veel mensen met een christelijke achtergrond geloven. Ook is het anders dan veel christelijke geestelijke leiders onderwijzen. Dat komt vooral doordat het hedendaagse geloof op dit punt een mengvorm is tussen christelijke leer en de Griekse filosofie, door personen zoals bijvoorbeeld Augustinus. Volgens Griekse filosofen zoals Socrates en Plato, was er iets dat na de dood van de mens bleef voortleven. Die gedachte staat bekend als de opvatting dat de mens een onsterfelijke ziel heeft. Volgens de bijbel is de mens echter een sterfelijke ziel (of levend wezen), en heeft hij geen onsterfelijke ziel, noch een onsterfelijke geest.

Volgens de bijbel zijn mensen die God oprecht dienen heilig terwijl ze leven, en hoeven ze geen wonderen te verrichten

Ook gedachten zoals het Vagevuur, of de gedachte van geesten die voortleven, zijn te herleiden naar heidense oorsprongen (Zie ook het artikel: Wordt er in de bijbel gesproken over het vagevuur?). Zelfs de zogenaamde heiligverklaring door een kerkelijk instituut is noch bijbels, noch christelijk. Onder de Mozaïsche Wet moesten de Israëlieten heilig zijn, en onder het nieuwe verbond gold dat ook voor Jezus’ discipelen. Dat betekende niet dat mensen volmaakt en zonder fouten moesten zijn, want dat is voor geen enkel mens mogelijk. Het betekende wel dat iedereen, ook in zijn onvolmaakte staat, die zich hield aan Gods wetten en beginselen, en God oprecht diende als heilig werd beschouwd, terwijl ze leefden, niet na de dood. Door wie? Door God zelf. Zij hoefden geen wonderen te hebben verricht, of aan andere, door mensen bedachte, vereisten te voldoen. En dat is logisch, want van de geestelijke gaven zouden alleen geloof, hoop en liefde overblijven (1 Korintiërs 10:13).

Als Jezus nu zou leven, zou hij dergelijke vieringen dan bij zijn discipelen hebben gepromoot, en daarmee onware gedachten over de dood en het leven daarna hebben ondersteund? Wat denkt U?

Zie voor meer informatie ook: Vieringen die God mishagen