22 Mei verschenen er in de media verschillende berichten dat het bestuur van Jehovah’s Getuigen een onafhankelijk onderzoek naar misbruik niet nodig en niet proportioneel vindt. Ook liet het bestuur weten niet in gesprek te willen gaan met Reclaimed Voices, een stichting die daarop bij de minister heeft aangedrongen. Je zou je kunnen afvragen waarom het bestuur zich zo op heeft gesteld. Hebben ze iets te verbergen? Sommige reacties in de media en politiek suggereerden dat wel. Maar dat is niet zo. Laten we eens stilstaan bij wat er aan de hand is, en of dat overeenkomt met de beeldvorming in de media.

Hoe gaan Jehovah’s getuigen om met kindermisbruik?

Leer kinderen zich te verzetten tegen misbruik
Illustratie en bijschrift uit een publicatie van Jehovah’s getuigen om ouders te helpen kinderen weerbaar te maken.

Het huidige beleid van Jehovah’s Getuigen gaat zeer zorgvuldig met misbruik om (zie ook het officiële document: Het bijbelse standpunt van Jehovah’s Getuigen over de bescherming van kinderen). Zij zetten in op voorlichting en preventie, en zij respecteren de wet.[1] Slachtoffers worden geholpen en gewezen op hun recht om aangifte te doen, en worden niet bekritiseerd als ze daar gebruik van maken. Daarbij wordt natuurlijk ook de wens van het slachtoffer meegewogen, zoals door deskundigen wordt aanbevolen.[2]

Ook als de wet het niet voorschrijft beoordelen Jehovah’s Getuigen zelf of er eventueel aangifte gedaan moet worden, bij bijvoorbeeld voortdurend gevaar. Na onderzoek en overleg met de juridische afdeling wordt de volgende handelswijze gevolgd: “Het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen zal de ouderlingen instrueren om, zelfs als dat wettelijk niet verplicht is, aangifte te doen wanneer een minderjarige nog steeds gevaar loopt te worden misbruikt of als er andere gegronde redenen zijn.

Jehovah’s Getuigen zullen aangifte doen wanneer een minderjarige nog steeds gevaar loopt te worden misbruikt of als er andere gegronde redenen zijn.”

Daders worden ontheven van al hun taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie. Bij het ontbreken van berouw -en dat is meer dan zeggen dat het je spijt- wordt een dader op basis van de bijbel uitgesloten. Als iemand niet wordt uitgesloten worden er diverse maatregelen genomen om het slachtoffer te beschermen, en ook anderen. Indien nodig worden ook andere ouders ingelicht. Dat is wat anders dan daders naar een andere parochie verplaatsen, meldingen niet serieus nemen, het gedrag oogluikend toestaan, en/of niets doen.

Intern onderzoek geen vervanging van de rechtspraakDat interne onderzoek wordt zeker niet als vervanging van de rechtspraak gezien, hoewel dat ten onrechte door sommigen wordt gesuggereerd. Integendeel. Jehovah’s Getuigen staan er juist om bekend dat ze de wet respecteren (Romeinen 13:1-7). Afhankelijk van wat er is gebeurd wordt er zowel door het slachtoffer als door de organisatie een strafrechtelijk onderzoek overwogen, en ook juridisch advies ingewonnen om volgens de wet te handelen.

Een intern onderzoek is daarmee niet in strijd. Elke organisatie heeft een eigen reglement, statuten, huisregels, of iets dergelijks. Op basis daarvan besluiten verenigingen bijvoorbeeld of iemand geroyeerd wordt. Voor Jehovah’s Getuigen is geen eigen reglement, maar de bijbel, de basis van hoe met bepaalde situaties wordt omgegaan. Als iemand daarmee moeite heeft dan is het logisch om zich niet met Jehovah’s Getuigen te verbinden. Dat is immers een vrije keus.

De casus van Reclaimed Voices (RV): incidenten uit het verleden is geen huidig beleid – Ex-Getuigen hebben zich verenigd hebben in een stichting, en hebben meldingen van misbruik over de afgelopen 40 jaar verzameld. Zij richten zich vooral op het verleden, en fouten die volgens hen in individuele zaken toen zijn gemaakt, niet op het huidige beleid. Daarbij veralgemeniseren zij eventuele fouten in individuele casussen in het verleden, hoe schrijnend ook, tot huidig beleid. En op basis van die scheve vergelijking willen ze adviseren om het huidige beleid veranderen?! Dat wekt de vraag op wat het motief is om eventuele incidenten uit het verleden voor te doen als huidig beleid, en een organisatie daarvoor verantwoordelijk te willen stellen.

Wat zij in de media voorstellen als het huidige beleid van Jehovah’s Getuigen is dus het huidige beleid helemaal niet, maar wat zij voorstellen als het beleid van vroeger! Zo zou iemand niet naar de politie mogen gaan (of dat in een incident is gebeurd of niet weet ik niet), en zou het een grote doofpot zijn, terwijl het beleid is dat slachtoffers en ouders juist geïnformeerd worden over de mogelijkheid om aangifte te doen, en niet bekritiseerd worden als ze dat doen!

Ook verwijzen zij soms naar een onderzoek dat enkele jaren geleden in Australië is afgerond. Ook daarbij ging het over gebeurtenissen die zich in het verleden in de privésfeer hadden afgespeeld. Op basis daarvan werd geadviseerd om anders om te gaan met dergelijke zaken, en daar ook beleid op te ontwikkelen. Wie het huidige beleid in Nederland leest (zie de verwijzing onderaan dit artikel), en dit naast de aanbevelingen legt van het Australische onderzoek, zal concluderen dat het huidige beleid geheel of voor een groot deel overeenkomt met de aanbevelingen die toen zijn gedaan.

Je zou kunnen zeggen dat RV een aan zichzelf gegeven strafschop ver naast een doel zonder doelman schieten. Helaas nemen de media, en de reacties daarop, in veel gevallen dat onjuiste beeld onkritisch over. Veel media kunnen beter kunnen weten door de informatie op de openbare website JW.ORG te lezen, en kritische vragen te stellen bij de informatie die hen door RV wordt gegeven.

(Bijna) alle meldingen zijn van ex-GetuigenOok is het opmerkelijk dat tussen die meldingen er, volgens de stichting zelf, nauwelijks of geen meldingen zijn van huidige Getuigen van Jehovah. De bestuursleden en de personen die een melding bij hen hebben gedaan, hebben in de meeste gevallen zelf afstand genomen van Jehovah’s Getuigen, of zijn uitgesloten vanwege ernstige zonden die zij zelf hebben begaan. Maar als zij zelf niet meer met Jehovah’s Getuigen verbonden willen zijn, of zijn uitgesloten, hebben zij ook geen recht van spreken meer over het beleid.

Als u het bijvoorbeeld in het verleden uitvoerig hebt gesproken over zaken die bij u in de privésfeer zijn gebeurd, het niet eens bent over de manier waarop uw werkgever daarmee is omgegaan, het beleid bekritiseert, vervolgens ontslag hebt genomen en ergens anders bent gaan werken, zou u dan vele jaren later toch weer met hun willen gaan praten over verandering van het beleid van jaren geleden? Om, zoals u beweert, op te komen voor uw collega’s van toen en nieuwe werknemers? Of als u zelf bent ontslagen vanwege slecht gedrag? Denkt u dat u dan serieus zult worden genomen door werknemers en werkgever? Nee, natuurlijk niet, tenzij u onder voorwaarden weer bij die werkgever wil gaan werken, of als ‘wolf in schaapskleren’. Wat blijkt volgens u uit hun gedrag?

Zou u  voorstellen om met uw ex-werkgever te gaan praten over hun beleid over hoe ze omgaan met misdrijven door collega’s in de privésfeer, terwijl u daar jaren geleden ontslag hebt genomen, of bent ontslagen, en toen al uitvoerig hebt gesproken over een misdrijf dat u door een specifieke collega in de privésfeer is aangedaan? 

Deze 2 aspecten, dat de stichting vooral kritiek heeft op zaken uit het verleden, en niet op het huidige beleid, en dat de meldingen over de afgelopen 40 jaar bijna allemaal door ex-Getuigen zijn gedaan, leidt tot de conclusie dat de door henzelf gepromote wens om het huidige beleid te veranderen niet realistisch is. Omdat zijzelf de organisatie hebben verlaten, is het niet redelijk om toch invloed te willen uitoefenen op het beleid.

Individuele getuigen van Jehovah, en ook de organisatie zelf, zullen hen niet zien als geschikte adviseurs ten aanzien van het huidige beleid, wat zij blijkbaar onvoldoende kennen. Daarom vind ik het heel begrijpelijk dat het bestuur van Jehovah’s Getuigen niet met de stichting over het beleid in overleg wil. En als RV toch wil adviseren kunnen ze dat gewoon schriftelijk doen. Daar is al die media-aandacht niet voor nodig.

Erkenning van groot belang, maar niet altijd afdwingbaar – Het misbruik dat in de media is gekomen is werkelijk afschuwelijk. Ik begrijp dat erkenning en excuses van de daders en wat er mis is gegaan in de wijze waarop zij zijn geholpen, voor de slachtoffers van groot belang is. Ook blijkt dat er vaak al veel over geschreven en gesproken is. In sommige gevallen is ook professionele hulp gezocht.

Aan de wens van slachtoffers om erkenning komen Jehovah’s Getuigen graag tegemoet, door hun bereidheid om met de slachtoffers zelf te praten. ‘Er mag geen misverstand over bestaan dat wij graag bereid zijn om met individuele slachtoffers te spreken en hen de persoonlijke aandacht te geven die zij nodig hebben’, staat als quote van een woordvoerder van Jehovah’s Getuigen in de Volkskrant van 2 mei 2018. Erkenning lukt veel beter in een gesprek met het slachtoffer, dan met een stichting die het over beleid wil hebben.

‘Er mag geen misverstand over bestaan dat wij graag bereid zijn om met individuele slachtoffers te spreken en hen de persoonlijke aandacht te geven die zij nodig hebben’

Echte erkenning zal er pas zijn als de dader bekent, het gesprek wil aangaan, excuses aanbiedt, en bereid is eventuele vervolgstappen te zetten. Dat kan helaas door niemand afgedwongen worden, en is afhankelijkheid van de eerlijkheid van de dader en de sterkte van bewijs. Als dat onvoldoende is, en het niet mogelijk blijkt te zijn om erkenning van de dader te krijgen of schuld gerechtelijk aan te tonen, dan is het raadzaam om het verder aan God over te laten, en de invloed van het misbruik op het leven te beperken.

Rechtvaardigt een “handvol” aangiften een onafhankelijk onderzoek? – De kwaliteit van de meldingen die ex-Getuigen bij deze stichting hebben gedaan is niet bekend. Wel is bekend dat deze variëren van betastingen tot verkrachting. Hoe de verdeling tussen deze gedragingen is, is niet bekend. Van de paar honderd meldingen uit de afgelopen 40 jaar zijn er uiteindelijk een ‘handvol'(!) aangiften gedaan; dat is nauwelijks een ‘ijsberg’ te noemen, zoals Reclaimed Voices wil doen geloven.

Blijkbaar zijn er goede redenen voor het relatieve kleine aantal aangiften. Want omdat RV in hun missie aanmoedigt tot het doen van aangiften worden er juist veel  aangiften via deze stichting verwacht (en als er misbruikzaken zijn die nog niet bekend waren is het alleen maar goed dat deze boven water komen, want dat wordt bij Jehovah’s Getuigen niet getolereerd). Zouden die redenen, zoals het niet mogen schenden van het vertrouwensbeginsel, of het ontbreken van bewijs, en de wens van het slachtoffer, voor anderen dan RV ook geen goede redenen kunnen zijn?

Dat er slechts een ‘handvol’ aangiftes zijn komt overeen met het feit dat er bij Jehovah’s Getuigen zelf nauwelijks meldingen of aangiftes van misbruik gedaan worden. Dat is niet omdat mensen bang zijn om misbruik te melden, of omdat ze ontmoedigd worden om aangifte te doen (wat misschien in sommige zaken wel is gebeurd), zoals sommigen beweren – praten over de voor- en nadelen van het doen van aangifte is wat anders dan het te ontmoedigen. Dat er nauwelijks meldingen zijn is vooral omdat dit weinig voorkomt, en helemaal nauwelijks, of niet, in combinatie met het uitoefenen van een ambt, want dan zijn er normaliter altijd 2 volwassenen aanwezig.

Dat neemt niet weg dat elke keer dat iemand zijn loyaliteit aan God verliest, en tot ernstige zonden vervalt, er één teveel is. En als er in enkele gevallen niet goed met deze situatie is omgegaan is dat des te pijnlijker voor een slachtoffer. Die fout is echter geen fout van God, of van de organisatie in het geheel, maar van de personen die daarbij betrokken zijn geweest. De grootste schuldige is echter de dader zelf.

Op basis van het huidige beleid, het geringe aantal meldingen bij Jehovah’s Getuigen zelf, en een ‘handvol’ aangiftes door ex-Getuigen, is het redelijk te twijfelen aan het nut van een onafhankelijk onderzoek. Dat lijkt op basis van deze feiten niet nodig te zijn. Maar bij de motivatie om toch een onafhankelijk onderzoek te doen worden ook wel vergelijkingen gemaakt met misbruik bij de Katholieke Kerk en bij sportverenigingen. Laten we eens nagaan of die vergelijkingen terecht zijn.

Een onafhankelijk onderzoek zoals bij de katholieke kerk en sportverenigingen is niet proportioneel –

Graffiti Portugal over kindermisbruik katholieke kerk
Graffiti Portugal over kindermisbruik katholieke kerk, door Milliped – Eigen werk, CC BY 3.0

Mede gebaseerd op beeldvorming door de stichting Reclaimed Voices heeft de minister een onafhankelijk onderzoek voorgesteld, zoals dat bijvoorbeeld ook bij de Katholieke Kerk en sportverenigingen is gedaan. Dat onafhankelijke onderzoek was gericht op misbruik door functionarissen binnen de katholieke kerk en sportverenigingen, en de wijze waarop zij daarmee omgingen (met medeweten van besturen, een dader met behoud van verantwoordelijkheid overplaatsen naar een andere parochie, waar het misbruik vaak werd voortgezet). Dat is bij Jehovah’s Getuigen echter niet aan de orde.

In de gemeenten van Jehovah’s Getuigen worden kinderen niet van hun ouders gescheiden voor onderwijs of andere activiteiten (Efeziërs 6:4). Jehovah’s getuigen zijn tijdens de uitoefening van een taak vanuit hun verantwoordelijkheid per definitie niet alleen; er is altijd een andere volwassene bij. Jehovah’s getuigen hebben geen internaten, weeshuizen, zondagsscholen, sportclubs, dagverblijven, jeugdgroepen, parochies met 1 priester aan het hoofd, jeugdinstellingen, of andere activiteiten waarbij kinderen van hun ouders gescheiden worden. Ook is er geen trainer, coach of masseur die vanuit zijn functie relatief eenvoudig in situaties kan komen waarin hij of zij kinderen zou kunnen misbruiken.

Bovendien worden misbruikers gelijk uit alle verantwoordelijkheden ontheven, en kunnen eventueel uitgesloten. Slachtoffers worden gewezen op hun recht om aangifte te doen, en worden niet bekritiseerd als ze van dat recht gebruik maken. Zo nodig wordt door Jehovah’s Getuigen zelf aangifte gedaan. Bij Jehovah’s getuigen zou een eventueel onderzoek dus niet gaan naar misbruik dat in het verlengde van een ambt wordt gepleegd, en met medeweten van een bestuur kan worden voortgezet.

Misbruik in het verlengde van het uitoefenen van een ambt komt bij Jehovah’s Getuigen nauwelijks of niet voor, en kan volgens het beleid ook niet voorkomen, omdat er minimaal 2 volwassenen aanwezig zijn. Ook zijn er geen activiteiten waarbij kinderen van ouders worden gescheiden.  

Jehovah’s Getuigen zou het onderzoek daarom gaan over meldingen van misbruik door individuele getuigen in een privésetting, in plaats van ambtsdragers vanuit hun functie met medeweten van een bestuur. Als ook misbruik in de privésfeer bij de katholieke kerk en sportverenigingen onderzocht had moeten worden, dan zou dat onmogelijk zijn geweest en zou het over veel meer zaken zijn gegaan. Daarom vind ik het begrijpelijk dat het bestuur van Jehovah’s Getuigen een onafhankelijk onderzoek niet nodig en niet proportioneel vindt. Dat is niet omdat zij iets te verbergen hebben, maar omdat de situatie fundamenteel verschillend is ten opzichte van misbruik bij de Katholieke Kerk en bij sportverenigingen. De maatregelen die genomen zijn om kinderen te beschermen zijn effectief.

Conclusie – Bij Jehovah’s getuigen komt misbruik incidenteel in privé-situaties voor, maar elk incident is er 1 teveel. Omdat getuigen vanuit een ambt in de regel altijd met een andere volwassene zijn, kan misbruik nauwelijks in het verlengde van het uitoefenen van een ambt plaatsvinden. Misbruikers worden direct uit alle verantwoordelijkheden ontheven, eventueel uitgesloten, en aangifte wordt zowel door slachtoffer als door de organisatie overwogen. Misbruik wordt dus niet met medeweten van het bestuur voortgezet. Ook wordt daders niet de hand boven het hoofd gehouden. Het is dus alles behalve “een paradijs voor pedofielen”, zoals lasterlijk is beweerd. Slachtoffers kunnen altijd met Jehovah’s Getuigen over hun eigen zaak praten.

Omdat de stichting Reclaimed Voices incidentele zaken uit het verleden voorstelt als overeenkomend met huidig beleid, wat geheel onjuist is, en bestaat uit ex-Getuigen, vind ik hun wens om met het bestuur van Jehovah’s Getuigen in gesprek te gaan om beleid te veranderen en om erkenning te krijgen voor slachtoffers niet realistisch en misplaatst. En omdat het volgens het aantal feitelijke aangiften nauwelijks voorkomt, en niet vergelijkbaar is met zaken zoals bij de Katholieke Kerk of sportverenigingen, is er eigenlijk geen aanleiding voor een onafhankelijk onderzoek. God zij dank.

Bedankt dat u bereid bent geweest om niet alleen af te gaan op wat er in de media over dit onderwerp is verschenen, maar ook wat ik op persoonlijke titel hiervan vind. Jehovah’s Getuigen kiezen nu eenmaal niet vaak het nieuws, maar we komen wel graag bij u aan de deur om met u te praten over wie we zijn, en de betekenis van de bijbel in deze tijd. Als u vragen heeft kunt u contact opnemen via JW.org (zie ook het document Het bijbelse standpunt van Jehovah’s Getuigen over de bescherming van kinderen, om zelf een oordeel over ons beleid te vormen), kunt u een bericht sturen naar mij via tegenwicht@outlook.com, of kunt u praten met iemand die bij u aanbelt of die u op een andere manier tegenkomt.


Link naar het huidige beleid voor overheidsfunctionarissen, mensenrechtenorganisaties en juridische bedrijven in: Het bijbelse standpunt van Jehovah’s Getuigen over de bescherming van kinderen, op de website van Jehovah’s Getuigen JW.ORG.

[1] Zie ook het artikel: Hoe gaan Jehovah’s getuigen om met kindermisbruik?

[2] Officiële instanties en deskundigen benadrukken dat bij het doen van aangifte de wens van het slachtoffer leidend moet zijn. Zie hiervoor, en voor meer informatie over de manier waarop Jehovah’s getuigen met misbruik omgaan mijn blog: Hoe gaan Jehovah’s getuigen om met kindermisbruik?